dinsdag 2 november 2010

Nkokonjeru

Gisteren ben ik met Jacky naar Nkokonjeru geweest. Zij geeft daar 1x in de week les aan 4 gehandicapte mensen. Best vermoeiend lesgeven, aangezien ze met 4 rond haar laptop zitten en hun coordinatie ivm de muis nog veel erger is dan niet-gehandicapte mensen.


Het tehuis waar we waren is opgericht door 2 Britten geloof ik, en heet officieel “Nkokonjeru Providence Cheshire Home”. Het is opgericht om gehandicapten op te vangen en een vak aan te leren en wordt van ver bestierd door Sisters, hoewel die nooit bij de mensen komen of er les geven ofzo. Iedereen mag er 2 jaar blijven en studeren dan af en worden terug naar hun familie gestuurd, in de bedoeling dat ze zelf geld kunnen verdienen als naaister of schoenmaker.

Nkokonjeru is via Google maps terug te vinden en ziet er dan nog 1 van de grotere dorpjes uit. Dat is het ook, maar het is in niets te vergelijken met iets wat wij een groter dorp zouden noemen. Het ligt echt midden in de bushbush van Óeganda, over vele stofrode wegen vol putten en bulten te bereiken in een overvolle Matatu (taxi). Officieel mogen daar maar 14 mensen in (+ chauffeur), maar gisteren zaten wij er met 20 volwassenen en 3 kinderen in gepropt. Voor een uur.
Echt comfi zit je dan niet.


Het centrum van Nkokonjeru is een soort van open space waar iedereen een beetje samen troept en waar de taxi’s vertrekken en aankomen. Er zijn een paar van die typische kleine stalletjes waar je wat spullen kan kopen, en natuurlijk ook de onvermijdelijke markt. Ik begrijp nog altijd niet dat er zoooo veel mensen een kraampje hebben, en vooral aan wie ze dat verkopen. Er is zoveel armoede, die geraken dat volgens mij aan het straatstof nog niet kwijt.
Maar ja, om dat te weten zou ik eigenlijk heel de dag zo’n markt is moeten observeren.
De huisjes op de weg er naar toe bestaan soms uit steen, soms uit leem/modder. En overal zoveel groen.

In het tehuis zijn er 3 dormitories (slaapzalen van ongeveer 15 bedden) per sekse, en het ziet er allemaal bedroevend uit: gescheurde muggennetten, nauwelijks lakens op de dunne matrasjes, geen kasten en voddige gordijntjes (of niks).

 De handicaps varieren van blind en of doof naar zeer zwaar verminkt of misvormd. Er zijn enkele rolstoelen aanwezig en dikwijls vrijwilligers om de kinderen te verzorgen en les te geven. Nu zijn er permanent 2 duitsers aanwezig die daar voor een jaar zitten.
Die moeten echt wel zwaar gestoord of gemotiveerd zijn om in zo’n omgeving een jaar door te brengen. In Nkokonjeru is echt niks te beleven, er is bijna nooit electriciteit, geen luxe producten zoals hier te koop in de supermarkt (want er is gewoon geen supermarkt).
Nee, ik ben blij met mijn plekje in Besaniya in Mukono.

Langs de andere kant hebben ze eigenlijk ook best wel veel, en zie ik de gulle hand van Europese donorlanden: ze hebben allerlei beesten waar ze de producten van kunnen gebruiken of die ze kunnen ruilen: 1 koe, een hele biggenfarm, geiten en kippen.
Een bakkerij (volgens mij opgericht door Nederlanders, want er hangt een gigantische nederlandstalige banner: Ontbijt is broodnodig) waar ze brood en buns en donuts en cake maken en kunnen verkopen.
Een plantage vol fruitbomen.
Een hoek die je met veel fantasie een snoezelruimte zou kunnen noemen, een klas om de motoriek te verbeteren (met gedoneerde ballen en hoela-hoops en andere spullen), 2 klassen met voet-aangedreven naaimachines en een atelier met schoenmaak-gerief.
Zelfs een bibliotheek waar zeker een stuk of 30 boeken staan.
Verder 4 computers waar eentje het van doet (als er tenminste electriciteit beschikbaar is).

Terwijl Jacky lesgaf aan haar leerlingen, heb ik eerst een toer gekregen van het hele terrein waarbij op het einde gestipuleerd werd dat er nog veel geld nodig was. Die kerel kon net voldoende engels om zijn lesje te leren dat hij moest opzeggen tegen elke Muzungu die langs kwam, maar verstond geen enkele vraag die ik stelde. Ze hebben obvious geld nodig, maar ook manpower, hence de vrijwilligers.
Jacky en ik vragen ons wel af of die vrijwilligers toch niet het werk van Oegandezen innemen, daar ga ik met die duitsers nog wel een keer een boompje opzetten als ik nog eens terug ga.

Na mijn toer heb ik wat rond gedwaald tussen de kinderen, af en toe een soort van massage gegeven, meer aandacht en een praatje. Ook een hele bevredigende dag, die kinderen zijn helemaal blij met dat kleine brokje liefde en aandacht die ze even krijgen.
Misschien dat ik ook 1 dag in de week naar Nkokonjeru ga gaan, hoewel ik nog niet zo goed weet wat ik daar dan kan gaan doen. Aandacht en liefde geven is een goed iets, maar ik als Europese heb toch nood aan een iets concretere job denk ik.
Daar moet ik nog even over nadenken.

Alleszins hebben Jacky en ik het plan opgevat om van Nkokonjeru Providence ons goed doel te maken. Ik heb haar verteld dat ons koor elk jaar een goed doel kiest en dat ik het dus kan voordragen voor de stemming.
We weten nog niet precies waar we het eventuele geld aan zouden spenderen, maar we vinden het belangrijk (als 2 juffen computer training) dat er een extra vak wordt aangeboden (buiten naaien en schoenmaken), namelijk computer training. Daarbij hebben ze uiteraard een goede infrastructuur nodig (verstelbare tafel, naargelang de handicap zodat ze op een deftige manier aan de pc kunnen zitten), uiteraard ook een pc en eventueel een generator op eventueel zonnecellen (geen idee of dat kan, maar de milieumens in mij dacht daar natuurlijk aan).
Wat we nog belangrijker vinden is continuiteit. Als wij weg zijn moet de opleiding verder gegeven kunnen worden. Hopelijk kunnen we Jacky’s leerlingen opleiden tot leraar, zodat er altijd lesgegeven kan worden en dus meer kansen gecreeerd.

Dit klinkt simpel in de oren van Europeanen, maar is het in werkelijkheid helemaal niet. De Oegandezen hun eigen houding hierin is van cruciaal belang, en het moeilijkste te bewerken. We hebben al aan 1 Sister dit plan een beetje uitgelegd, en zij vond het een goed idee, maar toch hebben we hier al van andere vrijwilligers en hun project geleerd dat Oegandezen het toch altijd op hun eigen manier willen doen. En die manier verschilt nogal eens van ons efficiente plan.
Maar dat moeten we loslaten.

Sommige mensen hebben al gevraagd of ze geld kunnen storten en op welk nummer.
Wel, dit is ons idee van een goed doel, storten mag op mijn rekening nummer (893-9840069-66).
Ik noteer alles en houdt het geld bij tot we een duidelijk plan hebben over hoe het te besteden. Uiteraard blifjt alles transparant en kan je op elk ogenblik het overzicht met stortingen en uitgaven opvragen.

Zo, dit was een heel verhaal. If any more questions: shoot!

3 opmerkingen:

reginald zei

Hallo schatje, het is allemaal wat eenvoudiger, hetgeen niet wegneemt dat jullie project een verbetering kan brengen. Ik stem alvast voor en wil zeker meedenken en meedoen om eea te realiseren!!
Goe bezig

Wim zei

dag Lenke,

als je vader ben ik apetrots op je werk en inzet! Ik hoop dat je jouw doelen kan bereiken of toch zo goed mogelijk. Geniet waar het kan en werk je goede ideeën uit.
Ik las je boeiende verhalen en ervaringen tot zover. Zorg er bij die wilde taxiritten wel voor dat je alles een beetje heel houdt aan jezelf.
Knuffels!

Anoniem zei

Hai Lenke!

De zus van Wim ( collega van graspop) werkt met gehandicapte kindjes in peru. zij hebben hier ook iets voor opzet, misschien leuk om ideeen op te doen
http://teleton-kuskanchik-nl.blogspot.com/

groeten!
Tina